In memoriam dr. Pieter Jan Tichelaar 1928-2020

Datum
Omschrijving

De oud-directeur van de aardewerk en tegelfabriek in Makkum, thans opererende onder de naam Koninklijke Tichelaar Makkum is op dinsdag 25 augustus 2020 op 92 jarige leeftijd in zijn geboorteplaats Makkum overleden. Hij was dé kenner van het Fries- en Delftsaardewerk.

Tichelaar, geboren op 28 juni 1928. studeerde kort na de oorlog scheikundige technologie aan de TH in Delft. Van hem werd verwacht dat hij zijn vader zou opvolgen als directeur van de aardewerk- en tegelfabriek. Deze functie oefende hij uit van 1963 tot 1985. Naast het tinglazuur-aardewerk introduceerde hij ook andere soorten keramiek. Behalve het gebruiksaardewerk van Lucie Q. Bakker (1970) had hij interesse in moderner werk van kunstenaars als Jan van der Vaart (1978). Later werd hij adviseur en was hij onder andere interim manager bij steenfabriek Daams in Tolkamer (Lobith).

Naast zijn directeurschap vervulde hij ook een groot aantal maatschappelijke functies. Zo was hij van 1974 tot 1978 voorzitter van de toenmalige Algemene Vergadering van Aardewerkfabrikanten, bracht hij de bedrijfscollecties onder bij de Ottema Kingma stichting (Princessehof  Leeuwarden) en het bedrijfsarchief  in het Tersoar (Rijksarchief Leeuwarden). Ook voor het dorp Makkum was hij van groot belang. Vele panden zijn op zijn initiatief gerestaureerd met niet in de laatste plaats zijn eigen ‘gleijbakkers’ huizen aan de Turfmarkt die hij vervolgens schonk aan de Vereniging Hendrick de Keyser. Het zijn de rijkst betegelde panden van Nederland.

Hij was een onvermoeibaar pleitbezorger van de keramiek, met name het Friese tinglazuur. Op 28 april 2004 promoveerde hij op 77 jarige leeftijd aan de Katholieke Universiteit Nijmegen met het proefschrift over ‘Fries Aardewerk’, een studie die begon in 1960 bij het “300 jarig bestaan” van het bedrijf. Op initiatief van Abraham Wassenbergh, destijds directeur van het Fries museum organiseerde hij toen de tentoonstelling in het zogenaamde Pothuis naast de fabriek onder de titel: ‘Wat Friese Gleyers Bakten’.

Hij schreef een aantal kloeke standaardwerken, die uitputtende overzichten geven van onder meer Harlinger, Makkumer en Bolswarder aardewerkfabrieken, maar ook van tegeltableau’s en keramische wandplaten.  Hij bleef lang actief, getuige zijn vele onderzoeken op dit gebied.

Historie was een grote drijfveer voor hem. Zo heeft hij bij de liquidatie van de voormalige steen- en dakpannenfabriek Dericks en Geldens in Druten en de ‘panwerken’ van Makkum, waardevolle collecties van producten in bewaring genomen. Deze heeft hij in 1991 bij de oprichting van de Stichting Historie Grofkeramiek aan ons geschonken.

Met zijn heengaan gedenken we met respect een markant en eigenzinnige man. De keramische wereld heeft met hem een groot kenner verloren.

Pieter Jan Tichelaar